Uitspraak
Uitspraak
1.Procesverloop
2.Feiten
Hof)
3.Geschil in hoger beroep
4.Oordeel van het Gerecht
5.Beoordeling van het hoger beroep
6.Griffierecht en proceskosten
7.Beslissing
bevestigtde uitspraak van het Gerecht.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende heeft voor de jaren 2014 tot en met 2016 geen tijdige aangiften inkomstenbelasting ingediend, waarop de Inspecteur ambtshalve aanslagen heeft opgelegd. Deze aanslagen betroffen een belastbaar inkomen van NAf 580.000 per jaar, met bijbehorende belasting- en premiebedragen. Belanghebbende heeft pas in 2023 alsnog aangiften ingediend, waarin alleen inkomsten uit verhuur van onroerende goederen in Turkije zijn aangegeven.
Het Gerecht heeft de aanslagen gehandhaafd, stellende dat de Inspecteur terecht de bewijslast heeft omgekeerd en verzwaard vanwege het niet tijdig indienen van aangiften. De Inspecteur baseerde de schatting mede op eerdere aanslagen waartegen geen bezwaar is gemaakt en op openbare informatie waaruit blijkt dat belanghebbende bestuurder is van diverse vennootschappen. Belanghebbende slaagde er niet in het verzwaarde tegenbewijs te leveren.
Het Hof onderschrijft deze overwegingen en benadrukt dat de Inspecteur een redelijke schatting heeft gemaakt, die niet willekeurig is. Het Hof wijst erop dat belanghebbende meer openheid had moeten geven over zijn inkomsten uit gelieerde entiteiten. De aanslagen en verzuimboetes worden bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de aanslagen inkomstenbelasting en premie AVBZ voor 2014-2016 en verklaart het hoger beroep ongegrond.