Uitspraak
29 april 2020 in de zaak met BBZ nrs. CUR201802665 tot en met CUR201802667 in het geding tussen:
1.Procesverloop
2.Feiten
25 juni 2019, drie dagen voor de zitting van het Gerecht.
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van het Gerecht
5.Gronden
[M] het verweerschrift in hoger beroep heeft geschreven en [Q] het boekenonderzoek heeft ingesteld.
NAf 369.841, zijnde het verschil tussen de boekwaarde en de verkoopprijs van die activa. In het definitieve controlerapport is een correctie ter zake van de vervreemding van de vaste materiële vaste activa aangebracht van NAf 485.668, zijnde het hiervoor genoemde boekverlies van
NAf 369.841, een correctie in verband met de vervreemding van vervoermiddelen van
NAf 109.161 en een correctie in verband met de vervreemding van bepaalde inventaris van
NAf 6.666 (zie ook 2.4). In het definitieve conceptrapport wordt een winstcorrectie op de materiële vaste activa becijferd van NAf 441.425 (zie 2.11).
6.Beslissing
- verklaart het hoger beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak van het Gerecht, met uitzondering van de beslissingen inzake de boetes, de proceskosten en het griffierecht;
- verklaart het beroep tegen de uitspraak op bezwaar inzake de naheffingsaanslag winstbelasting 2012 gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar inzake de naheffingsaanslag winstbelasting 2012;
- vernietigt de naheffingsaanslag winstbelasting 2012;
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
- gelast dat de Inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van NAf 500 voor het ingestelde hoger beroep vergoedt, en
- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende voor de hogerberoepsfase van NAf 1.400.
mr. M.J. Leijdekker, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.C.M.J. Bucx als griffier. De beslissing is op 3 mei 2022 in het openbaar uitgesproken.