Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Beroep niet-tijdig beslissen
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen inkomstenbelasting en premies over 2015, waarbij een verzuimboete was opgelegd wegens te late aangifte. Het Gerecht oordeelde dat belanghebbende slaagde in haar bewijslast voor aftrek van de premie brandverzekering met overgelegde polis. De Inspecteur stelde echter dat een deel van de brandverzekering niet aftrekbaar was omdat het betrekking had op de inboedel.
De verzuimboete werd gehandhaafd omdat sprake was van een derde verzuim, conform het boetebeleid. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar werd gegrond verklaard, maar het Gerecht zag af van een opdracht aan de Inspecteur om alsnog te beslissen. De redelijke termijn voor behandeling van bezwaar en beroep werd niet overschreden, mede vanwege een uitzonderlijke brand in het belastingkantoor die de termijn met vier maanden verlengde.
De aanslagen werden verminderd tot een belastbaar inkomen van NAf 90.623, rekening houdend met aftrekposten en correcties. Het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen. De Inspecteur werd opgedragen het betaalde griffierecht aan belanghebbende te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen niet-tijdig beslissen werd gegrond verklaard, de aanslagen verminderd, de verzuimboete gehandhaafd en vergoeding immateriële schade afgewezen.