ECLI:NL:HR:2025:1127
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over proceskostenvergoeding bij aanmaningskosten gemeente Den Haag
Belanghebbende voerde beroep in cassatie tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake aanmaningskosten opgelegd door de gemeente Den Haag. Het hof had de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten op basis van een forfaitair puntensysteem, maar de waarde per punt voor de bezwaarfase was volgens belanghebbende onjuist vastgesteld.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte de waarde per punt voor de bezwaarfase op €310 heeft gesteld en vernietigt het hofarrest voor zover dat betrekking heeft op de vergoeding van de kosten voor de behandeling van het bezwaar. De Hoge Raad stelt de vergoeding voor de bezwaarfase vast op €647, gebaseerd op het aantal punten en de wegingsfactor zoals door het hof vastgesteld, maar met de juiste puntwaarde.
De Hoge Raad bevestigt dat de bestuursrechter op grond van artikel 8:75 Awb Pro bevoegd is om proceskosten te veroordelen, maar dat deze vergoeding slechts een tegemoetkoming betreft en dat afwijking van forfaitaire tarieven mogelijk is in bijzondere omstandigheden. Ook kan de rechter afzien van vergoeding indien het inroepen van rechtsbijstand niet redelijk is, bijvoorbeeld bij geringe financiële belangen.
De Hoge Raad veroordeelt de gemeente Den Haag in de proceskosten van belanghebbende voor bezwaar en cassatie en draagt op tot vergoeding van het griffierecht. Hiermee wordt het belang van een zorgvuldige en redelijke proceskostenvergoeding benadrukt, waarbij forfaitaire systemen niet star mogen worden toegepast.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor de bezwaarvergoeding en stelt de proceskostenvergoeding vast op €647, met veroordeling van de gemeente Den Haag in de proceskosten.