Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Uitgangspunten in cassatie
De playcard kan in de amusementshal worden aangeschaft.Voor de playcard – die niet persoonsgebonden is – brengt belanghebbende vijftig cent in rekening. De bezoeker kiest bij de aanschaf van een playcard ervoor om een bepaald geldbedrag te betalen waarmee binnen een bepaald tijdsbestek elk gewenst speelapparaat kan worden gebruikt, en/of de playcard te laden met een bepaald geldbedrag (zogenoemde credits) waarop bij gebruik van de speelapparaten credits worden afgeschreven. Credits kunnen verder worden gebruikt voor producten die kunnen worden verkregen uit de snoep-, snack- of frisdrankapparaten die binnen de amusementshal staan opgesteld. Op een aantal van de speelapparaten kunnen ‘tickets’ worden gewonnen als beloning voor een prestatie bij een spel of strijd. Deze tickets kunnen worden ingewisseld voor prijzen (zoals knuffels, gadgets of snoepgoed). Geld wordt op de tickets niet uitgekeerd.
3.Beoordeling van het middel
Het hiervoor in 3.4.2 bedoelde standpunt van belanghebbende wordt verworpen.
.Op grond van de vaststaande feiten moet worden geoordeeld dat de amusementshal niet een ruimte is die primair is bestemd voor het geven van gelegenheid tot sportbeoefening en lichamelijke opvoeding, en met dat doel voor ogen wordt gebruikt [11] . De omstandigheid dat een aantal van de in de amusementshal opgestelde speelapparaten erop is gericht dat de speler een vaardigheid aan de dag legt die overeenkomt met een element van de beoefening van een bepaalde sport, is onvoldoende om de amusementshal als zo’n primair voor sportbeoefening bestemde ruimte te zien.