Belanghebbende exploiteert een amusementshal met 56 behendigheids- en kermisautomaten zonder kansspelautomaten, waar bezoekers munten of een playcard kunnen kopen om de automaten te gebruiken. Er wordt geen entree geheven en bezoekers kunnen de hal ook gratis betreden.
De rechtbank oordeelde dat het verlaagde btw-tarief niet van toepassing is omdat de hal niet kwalificeert als een primair en permanent voor vermaak ingerichte voorziening en er geen sprake is van een toegangsvergoeding. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de prestaties vergelijkbaar zijn met kermissen en dat het fiscale neutraliteitsbeginsel toepassing vindt.
Het Hof volgde de Hoge Raad en verwierp het beroep van belanghebbende. Het verlenen van toegang moet worden opgevat als het recht om gezamenlijk gebruik te maken van voorzieningen in een besloten ruimte tegen voorafgaande betaling. Omdat bezoekers geen toegangsprijs betalen, is het verlaagde tarief niet van toepassing. Ook is de amusementshal niet vergelijkbaar met een kermis vanwege het permanente karakter en het ontbreken van traditionele kermisattracties.
De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht.