ECLI:NL:HR:2020:1868
Hoge Raad
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad wijst verzoek tot wraking van wrakingskamerleden buiten behandeling wegens misbruik van recht
Verzoeker diende meerdere wrakingsverzoeken in tegen de leden van de wrakingskamer van de Hoge Raad in twee belastingzaken. De verzoeken betroffen onder meer het niet toewijzen van aanhoudingsverzoeken en klachten over een opmerking in een fax van de gerechtssecretaris.
De Hoge Raad oordeelde dat de wrakingsgronden niet voldeden aan de motiveringseisen van artikel 8:15 Awb Pro, omdat zij niet betrekking hadden op de onpartijdigheid van de rechters zelf maar op procedurele beslissingen en opmerkingen van de griffier. Hierdoor was geen sprake van een geldig wrakingsverzoek.
Gezien de opeenvolging van wrakingsverzoeken en het oneigenlijk gebruik van de wrakingsmogelijkheid, besloot de Hoge Raad het verzoek buiten behandeling te laten en toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker in deze zaken niet meer in behandeling te nemen.
Er werden geen proceskosten aan verzoeker opgelegd. Het arrest werd uitgesproken door de Vierde Kamer van de Hoge Raad op 6 november 2020.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de leden van de wrakingskamer wordt buiten behandeling gelaten en toekomstige wrakingsverzoeken worden niet in behandeling genomen wegens misbruik van recht.