ECLI:NL:GHDHA:2020:2908
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat arbeidsongeschiktheidsuitkeringen niet kwalificeren als onbelaste letselschadevergoedingen
Belanghebbende, sinds 2001 arbeidsongeschikt, ontving in 2018 diverse uitkeringen van het UWV en pensioenfondsen. De Inspecteur kwalificeerde deze uitkeringen als belastbare inkomsten uit vroegere dienstbetrekking, terwijl belanghebbende stelde dat het onbelaste letselschadevergoedingen betrof.
De Rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en wees op eerdere uitspraken waarin soortgelijke uitkeringen als belastbaar werden aangemerkt. Belanghebbende verzocht om prejudiciële vragen aan de Hoge Raad, maar de rechtbank zag hier geen aanleiding toe.
Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat de uitkeringen niet kunnen worden aangemerkt als vrijgestelde letselschadevergoedingen. De uitkeringen vloeien voort uit arbeidsongeschiktheid als gevolg van een beroepsziekte, maar er is geen sprake van een vergoeding op grond van afspraken in arbeidsovereenkomst of rechtspositionele regelingen.
Het Hof ziet geen reden om prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen, mede omdat een soortgelijk cassatieberoep reeds aanhangig is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en partijen worden niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen belastbaar zijn als inkomsten uit vroegere dienstbetrekking en geen onbelaste letselschadevergoedingen vormen.