ECLI:NL:HR:2020:1861
Hoge Raad
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken tot wraking van raadsheren Hoge Raad in belastingzaken
Verzoekster diende wrakingsverzoeken in tegen drie raadsheren van de Hoge Raad die haar belastingzaken behandelden. Zij stelde dat deze raadsheren systematisch nalieten om belastingplichtigen zonder voldoende financiële middelen gelijke toegang tot de rechter te bieden en dat zij telkens haar zaken niet-ontvankelijk verklaarden volgens een vast patroon.
De klachten omvatten ook bezwaren tegen de rol van de griffier en de toepassing van artikel 80a van de Wet op de Rechterlijke organisatie. De Hoge Raad oordeelde dat de griffier niet kan worden gewraakt en dat de verwijten over griffierecht en procedure niet onderbouwd waren en geen betrekking hadden op onpartijdigheid van de raadsheren.
Verder werd geoordeeld dat het feit dat dezelfde raadsheren bepaalde zaken behandelen geen bewijs is van vooringenomenheid. Verzoekster stelde geen andere feiten die onpartijdigheid aantonen. Daarom werden de wrakingsverzoeken afgewezen.
De zitting vond plaats op 14 september 2020, waarbij verzoekster werd gehoord. Advocaat-generaal Ettema zag af van een conclusie. De beslissing werd op 20 november 2020 openbaar uitgesproken door de vierde kamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de verzoeken tot wraking af wegens onvoldoende onderbouwing van onpartijdigheid.