ECLI:NL:HR:2020:1810
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omkering bewijslast bij verlengde navorderingstermijn in belastingzaak
Belanghebbende werd navorderingsaanslagen opgelegd over de jaren 2004 en 2005 vanwege niet opgegeven buitenlandse banktegoeden. Na een informatiebeschikking legde de Inspecteur navorderingsaanslagen op, waarbij het Hof de aanslag over 2004 vernietigde en die over 2005 handhaafde na ambtshalve vermindering.
Het geschil betrof de toepassing van de verlengde navorderingstermijn en de omkering van de bewijslast. De Hoge Raad stelde dat de Inspecteur eerst aannemelijk moet maken dat een bestanddeel van het belastbare inkomen in het buitenland is opgekomen om de verlengde navorderingstermijn te kunnen toepassen.
Pas daarna kan de omkering van de bewijslast aan de orde komen, waarbij belanghebbende moet aantonen dat de aanslag te hoog is. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof deze lijn juist heeft gevolgd en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag over 2005 blijft gehandhaafd.