ECLI:NL:HR:2020:1236
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt premieplicht volksverzekeringen voor Rijnvarende ondanks geen sociaal zekerheidsbesluit
Belanghebbende, woonachtig te [Z], had voor de jaren 2007 tot en met 2009 in zijn aangiften inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen verzocht om vrijstelling van premieheffing wegens zijn werkzaamheden als Rijnvarende voor een buitenlandse werkgever. De Inspecteur verleende gedeeltelijke vrijstelling voor 2007 en 2008, maar niet voor 2009.
Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat belanghebbende voldeed aan de criteria van het Rijnvarendenverdrag en dat de Inspecteur op grond van de artikelen 57 en 58 Wfsv bevoegd was de premieplicht vast te stellen. Belanghebbende stelde in cassatie dat de Inspecteur hiertoe niet bevoegd was zonder een voorafgaand besluit van de bevoegde sociale zekerheidsinstantie.
De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde dat de Inspecteur zelfstandig de premieplicht kan vaststellen en premie kan heffen, ook als geen sociaal zekerheidsbesluit is genomen. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de premieplicht voor de volksverzekeringen wordt bevestigd.