ECLI:NL:HR:2019:2038
Hoge Raad
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoeken tegen leden Hoge Raad in belastingzaak
Verzoekster heeft in een cassatieprocedure in een belastingzaak wrakingsverzoeken ingediend tegen drie raadsheren van de Hoge Raad, de rolraadsheer en de waarnemend griffier. Zij stelde dat haar betalingsonmacht voor het griffierecht niet goed was behandeld en dat de onpartijdigheid van de leden in het geding was.
De Hoge Raad heeft de wrakingen onderzocht en geoordeeld dat wraking slechts kan worden gericht tegen raadsheren die de zaak behandelen. Verzoeken tegen de rolraadsheer en griffier zijn niet-ontvankelijk verklaard. De wraking tegen de drie raadsheren is afgewezen omdat verzoekster geen gegronde vrees voor vooringenomenheid heeft gesteld.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het verzoek tot wraking van de wrakingskamer zelf, ingediend vlak voor de zitting, niet voldoet aan de motiveringseis en daarom buiten behandeling blijft. Ook is bepaald dat nieuwe wrakingsverzoeken in deze zaak niet in behandeling worden genomen wegens misbruik van recht.
Uitkomst: Wrakingsverzoeken afgewezen of niet-ontvankelijk verklaard; nieuwe wrakingsverzoeken worden niet in behandeling genomen.