ECLI:NL:HR:2020:66
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- R.J. Koopman
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in motorrijtuigenbelastingzaak
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting over de periode van 22 mei 2017 tot en met 21 augustus 2017, inclusief een boetebeschikking.
Tijdens de procedure heeft belanghebbende meerdere verzoeken tot wraking ingediend tegen de leden van de Hoge Raad en betrokken functionarissen, welke door de wrakingskamer grotendeels zijn afgewezen of buiten behandeling zijn gesteld.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie verklaart de Hoge Raad het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk.
Er is geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende toe te rekenen. Het arrest is op 17 januari 2020 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep is zonder inhoudelijke motivering niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.