Belanghebbende deed op 20 november 2007 aangifte voor het vrije verkeer van een zending verse knoflookbollen met Pakistan als land van oorsprong. De douane onderzocht de goederen en liet monsters analyseren door een Amerikaans laboratorium, dat concludeerde dat de knoflookbollen met grote waarschijnlijkheid uit China afkomstig waren.
Het hof oordeelde aanvankelijk dat de Inspecteur met dit rapport aan zijn bewijslast had voldaan. De Hoge Raad vernietigde dit oordeel in 2015 wegens onvoldoende motivering en verwees de zaak terug. Na herbeoordeling bevestigde het hof de betrouwbaarheid van het Amerikaanse rapport, ondanks bezwaren over de representativiteit van het vergelijkingsmateriaal.
De Hoge Raad stelt nu dat het hof onvoldoende inzicht heeft gegeven in de beoordeling van de betrouwbaarheid van het Amerikaanse laboratoriumrapport, vooral omdat onvoldoende duidelijk is of de gebruikte databank representatief is en overlap tussen Chinese en Pakistaanse knoflookbollen bestaat. Daarom is het oordeel van het hof onbegrijpelijk en wordt het arrest vernietigd.
De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling door een andere samenstelling, ter waarborging van een behoorlijke rechtspleging. De Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep.