ECLI:NL:HR:2021:1207
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in douanerechtzaak
Belanghebbende, een bedrijf gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een uitnodiging tot betaling van douanerechten. Na eerdere cassatieprocedures waarbij uitspraken van het Gerechtshof Amsterdam werden vernietigd en de zaak werd terugverwezen, diende belanghebbende een nieuw cassatieberoep in tegen een uitspraak van het hof van 27 oktober 2020.
De Hoge Raad heeft het middel van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat dit niet leidt tot vernietiging van het hofuitspraak. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om inhoudelijk op de rechtsvragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is op 6 augustus 2021 in het openbaar gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad. Hiermee is het cassatieberoep ongegrond verklaard en blijft de uitspraak van het hof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende is ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.