Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting 2011, dat aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard wegens termijnoverschrijding. De inspecteur gaf later een inhoudelijke uitspraak met een nieuwe termijnverwijzing. Belanghebbende stelde daarop tijdig beroep in bij de rechtbank.
Het hof verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingesteld tegen de eerste uitspraak van de inspecteur. De Hoge Raad oordeelt echter dat belanghebbende op grond van het geschrift van 4 maart 2013 redelijkerwijs mocht vertrouwen dat hij nog beroep kon instellen binnen een nieuwe termijn, waardoor geen sprake is van verzuim.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt de uitspraak van de rechtbank die het beroep inhoudelijk ongegrond verklaarde. De zaak wordt afgedaan zonder verdere procedure en de griffierechten worden aan belanghebbende vergoed.