Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.De bestreden uitspraak
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Slotsom
7 juli 2015.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die werd vervolgd wegens het niet meewerken aan een ademonderzoek op grond van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wegenverkeerswet 1994. Tegelijkertijd was aan dezelfde verdachte de verplichting opgelegd tot deelname aan het alcoholslotprogramma (asp) ter zake van hetzelfde feit.
De Hoge Raad verwijst naar zijn eerdere arrest van 3 maart 2015 (ECLI:NL:HR:2015:434) waarin werd vastgesteld dat strafvervolging wegens rijden onder invloed niet verenigbaar is met de onherroepelijke oplegging van deelname aan het asp. Dit vervolgingsbeletsel geldt ook voor zaken als de onderhavige, waarin de weigering tot medewerking aan het ademonderzoek centraal staat.
Omdat het hof in zijn uitspraak heeft vastgesteld dat de verdachte ter zake van hetzelfde feit de verplichting tot deelname aan het asp is opgelegd, acht de Hoge Raad het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verklaart het OM niet-ontvankelijk. Dit arrest bevestigt de bescherming tegen dubbele vervolging en verduidelijkt de toepassing van het asp in strafzaken.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens dubbele vervolging van de verdachte die verplicht was tot deelname aan het alcoholslotprogramma.