Conclusie
eerste middelwordt aangevoerd dat ten aanzien van de zaak met parketnummer 15-660046-13 sprake is van een dubbele vervolging aangezien ter zake van hetzelfde feit de verdachte de verplichting is opgelegd tot deelname aan het alcoholslotprogramma (hierna: asp) en tegen hem de onderhavige strafvervolging is ingesteld.
tweede middelkomt op tegen het bewezenverklaarde feit in de zaak met parketnummer 15/700046-13. Volgens de steller van het middel is niet zonder meer begrijpelijk dat het hof bewezen heeft verklaard dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan [verbalisant 1] , althans is de bewezenverklaring - gelet op hetgeen door de verdediging onder verwijzing naar het door ir. Spek uitgebrachte rapport is aangevoerd - niet zonder meer begrijpelijk voor zover het Hof bewezen heeft verklaard dat rekwirant ‘in de richting van die de [verbalisant 1] heeft gestuurd en vervolgens naar links heeft gestuurd en vervolgens de bocht scherper/kleiner heeft gemaakt'.
derde middelkomt op tegen de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij. Volgens de steller van het middel komt de gevorderde immateriële schade op grond van artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek niet voor vergoeding in aanmerking, althans is deze niet voldoende onderbouwd.