In deze zaak vorderen FIAR c.s., belangenbehartigers van importeurs en fabrikanten van digitale opslagapparatuur, om zich te voegen aan een civiele procedure tussen Stichting Thuiskopie en de Staat en SONT. De hoofdzaak betreft een vordering van Thuiskopie tot schadevergoeding wegens het niet aanwijzen van bepaalde digitale apparaten voor thuiskopievergoeding.
Het hof Den Haag wees de vordering tot voeging af vanwege vermeende onredelijke vertraging van de procedure en onvoldoende samenhang van de vorderingen van FIAR c.s. met de hoofdzaak. FIAR c.s. stelde dat zij voldoende belang hadden vanwege de mogelijke negatieve gevolgen van een uitspraak voor hun belangen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de vordering tot voeging onredelijk zou vertragen en dat FIAR c.s. een voldoende belang hebben om zich te voegen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling van de vordering tot voeging. Het incidentele beroep van Thuiskopie wordt verworpen.