ECLI:NL:GHAMS:2024:1191
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot voeging medewerkers aan zijde Stichting Hulptroepen Alliantie in mondkapjesdealzaak
Deze zaak betreft een incident in hoger beroep over de voeging van medewerkers aan de zijde van Stichting Hulptroepen Alliantie (SHA) en Hulptroepen Alliantie B.V. (HABV) in een hoofdzaak die draait om de mondkapjesdeal tijdens de coronacrisis. SHA en HABV waren non-profit organisaties die zich inzetten voor de beschikbaarheid van medische hulpmiddelen, terwijl RGA, met dezelfde doelstelling maar winstbejag, een lucratieve overeenkomst sloot met het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH). De Staat vordert vernietiging van deze overeenkomst en betaling van dividend door bestuurders en gelieerde partijen.
De medewerkers, die werkzaamheden verrichtten voor SHA en HABV, vorderden in een incidentprocedure hun voeging aan de zijde van SHA c.s. om hun belangen te kunnen behartigen en nakoming van non-profit afspraken af te dwingen. De rechtbank wees deze vordering af, maar het hof oordeelt dat zij voldoende belang hebben bij voeging vanwege de mogelijke nadelige gevolgen van de hoofdzaakuitkomst voor hun eigen vorderingen en de proceseconomie.
Het hof overweegt dat de voeging niet onredelijk zal vertragen en dat het beginsel van hoor en wederhoor is gerespecteerd. De vordering tot voeging wordt daarom toegewezen, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de medewerkers toegelaten als gevoegde partij. Tevens worden de kosten van het geding aan de zijde van de medewerkers aan de bestuurders c.s. opgelegd, met compensatie van kosten tussen overige partijen.
Uitkomst: De vordering tot voeging van de medewerkers aan de zijde van Stichting Hulptroepen Alliantie wordt toegewezen en het vonnis van de rechtbank vernietigd.