Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.VERMONT INVESTMENTS B.V.,
CONTITANK HOLDING B.V.,
CONTITANK EXPLOITATIE B.V.,
CONTITANK B.V.,
INO B.V.,
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR CONTITANK HOLDING,
[geïntimeerde 7],
[geïntimeerde 8],
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele procedure in hoger beroep is een incident tot voeging aan de orde. Royal Schouten Group N.V. (RSG), houder van bijna alle aandelen in Mercator B.V., verzoekt zich te voegen aan de zijde van Mercator in de procedure tegen Vermont c.s. over de beëindiging van een overeenkomst met een calloptie op aandelen in Contitank Holding.
Het hof overweegt dat RSG voldoende belang heeft bij voeging omdat een nadelige uitkomst voor Mercator ook nadelige juridische en financiële gevolgen voor RSG kan hebben. Het belang van RSG wordt niet weggenomen door de bezwaren van Vermont c.s., die stelden dat voeging strijdig zou zijn met de goede procesorde en tot vertraging zou leiden.
Het hof wijst de incidentele vordering tot voeging toe, maar geeft Mercator een kortere termijn van vier weken voor het indienen van de memorie van grieven, zonder verdere termijnverlenging. De beslissing over de proceskosten van het incident wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. De zaak wordt verwezen naar de rol van 3 juni 2025 voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof wijst de incidentele vordering tot voeging toe en staat RSG toe zich te voegen aan de zijde van Mercator.