ECLI:NL:HR:2013:BZ6800
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over navorderingsaanslagen en boeten, verwijst zaak terug
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd over meerdere jaren in de inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en vermogensbelasting, inclusief verhogingen en boeten. Het hof vernietigde deels de aanslagen en boeten, maar verklaarde het beroep verder ongegrond. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de schatting op basis van het Rekeningenproject-model niet onredelijk zou zijn, mede door inconsistenties in de gebruikte normen. Ook was het hof ten onrechte niet ingegaan op het verzoek van belanghebbende om het onderzoek te heropenen voor een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Verder was het hof niet duidelijk over het bewijs dat belanghebbende de beboetbare feiten had begaan en had het niet adequaat beoordeeld of de opgelegde boeten passend en geboden waren. Daarom vernietigde de Hoge Raad het hofarrest, behalve de beslissingen over griffierecht en proceskosten, en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling met inachtneming van de motiverings- en bewijsvereisten.