ECLI:NL:HR:2013:BZ6799
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Th. Groeneveld
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over navorderingsaanslagen en boeten, verwijst zaak terug
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd over meerdere jaren in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en vermogensbelasting, met verhogingen en boeten. Het Hof vernietigde deels de aanslagen en boeten, maar wees het beroep verder af. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de gehanteerde modelmatige berekening met toepassing van de 95%-norm en factor 1,5 niet onredelijk was. Ook was het Hof tekortgeschoten in de motivering over de voortvarendheid bij het opleggen van navorderingsaanslagen voor bepaalde jaren. Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het Hof onterecht het verzoek tot heropening van het onderzoek na sluiting had geweigerd, gelet op de overschrijding van de redelijke termijn.
Verder was het oordeel van het Hof dat de Inspecteur het bewijs had geleverd voor de beboetbare feiten onvoldoende gemotiveerd. Ook had het Hof niet juist getoetst of de opgelegde boeten passend en geboden waren, zoals vereist volgens eerdere jurisprudentie. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep gegrond, vernietigde het arrest van het Hof, en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.
De Staat werd veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten aan de zijde van belanghebbende. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 12 april 2013.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof wegens onvoldoende motivering en verwijst zaak terug voor herbeoordeling.