ECLI:NL:HR:2013:BY3151
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- N. Jörg
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering strafoplegging bij ongewenst vreemdeling
De zaak betreft een verdachte die op grond van artikel 197 Sr Pro (oud) werd vervolgd wegens verblijf in Nederland terwijl hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Het hof verwierp verweren gericht op niet-ontvankelijkheid en ontslag van rechtsvervolging, omdat niet aannemelijk was dat de verdachte staatloos was of serieuze pogingen had gedaan om Nederland te verlaten of identiteitspapieren te verkrijgen.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof deze oordelen toereikend heeft gemotiveerd. Wel oordeelt de Hoge Raad dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd of de terugkeerprocedure conform richtlijn 2008/115/EG volledig was doorlopen voordat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf werd opgelegd. Volgens de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie mag een dergelijke straf pas worden opgelegd als de terugkeerprocedure is afgerond.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof voor zover het de strafoplegging betreft en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De zaak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering van de strafoplegging in het kader van de terugkeerrichtlijn en de naleving van de terugkeerprocedure.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het de strafoplegging betreft en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.