ECLI:NL:HR:2009:BF8848
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid ongewenst verklaarde vreemdeling ondanks beperkte terugkeerinspanningen
De zaak betreft een vreemdeling die tot ongewenst vreemdeling was verklaard en ondanks deze status in Nederland verbleef. De verdachte werd vervolgd wegens illegaal verblijf op 30 juli 2004 en 21 december 2005. Hij had slechts beperkte pogingen ondernomen om het land te verlaten, waaronder een enkel bezoek aan de Marokkaanse ambassade en het overleggen van kopieën van paspoorten, maar had niet zelfstandig geprobeerd te vertrekken.
Het hof oordeelde dat de verdachte niet alles had gedaan wat redelijkerwijs van hem kon worden verlangd om aan zijn verplichting uit eigen beweging Nederland te verlaten te voldoen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat de verdachte niet aannemelijk had gemaakt dat hij buiten zijn schuld geen reisdocumenten kon verkrijgen. Daarmee was geen sprake van een strafuitsluitingsgrond.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure was overschreden, wat leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf met vijf maanden. De Hoge Raad vernietigde daarom de strafoplegging voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf en bepaalde dat deze moest worden verminderd tot vier maanden en drie weken.
De overige onderdelen van het beroep werden verworpen, waarmee de strafbaarheid van de verdachte werd bevestigd ondanks zijn beperkte terugkeerinspanningen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de strafbaarheid van de verdachte wegens illegaal verblijf en vermindert de gevangenisstraf tot vier maanden en drie weken wegens termijnoverschrijding.