Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
de Staat, de Minister van Veiligheid en Justitie te Den Haag, door tussenkomst van de Raad voor de Rechtspraak, de Minister,
de inspecteur van de Belastingdienst Holland-Noord/kantoor Alkmaar,de inspecteur.
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn bij de behandeling van navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en vermogensbelasting over meerdere jaren. De procedure omvatte een langdurige bezwaar- en beroepsfase in het kader van het complexe Rekeningenproject.
De inspecteur voerde verweer met onder meer het argument van eigen schuld en de complexiteit van de zaak als bijzondere omstandigheid die een langere termijn rechtvaardigt. Het Hof verwierp het verweer van eigen schuld en erkende de complexiteit als bijzondere omstandigheid, waardoor de redelijke termijn werd gesteld op anderhalf jaar voor bezwaar en tweeënhalf jaar voor beroep.
De totale duur van de procedure overschreed deze termijnen aanzienlijk, met een totale overschrijding van ruim 4,5 jaar. Het Hof kende daarom een forfaitaire schadevergoeding toe van €5.000, waarvan €500 voor rekening van de inspecteur en €4.500 voor de Minister van Veiligheid en Justitie. Tevens werden proceskosten toegewezen.
Het Hof oordeelde dat de immateriële schadevergoeding éénmalig dient te worden toegekend ondanks meerdere aanslagen, omdat het geschil feitelijk één inhoudelijk geschil betrof dat gelijktijdig werd behandeld. De uitspraak bevestigt het belang van tijdige rechtsgang en rechtszekerheid in belastingzaken.
Uitkomst: Het Hof kent een immateriële schadevergoeding van €5.000 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarvan €500 voor de inspecteur en €4.500 voor de Minister van Veiligheid en Justitie.