ECLI:NL:GHSGR:2011:BT6259
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- P.J.J. Vonk
- H.A.J. Kroon
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens winstbewijzenconstructie
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1997 een navorderingsaanslag opgelegd wegens een vermeend belastbaar voordeel uit aanmerkelijk belang door inbreng van winstbewijzen in een coöperatie. De rechtbank handhaafde de aanslag deels, maar belanghebbende ging in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat de inspecteur onvoldoende onderzoek had verricht naar de juistheid van de aangifte, ondanks duidelijke aanwijzingen in eerdere aangiften en bijlagen. Hierdoor was geen sprake van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde. Tevens was niet aannemelijk dat belanghebbende te kwader trouw was; het standpunt over de fiscale kwalificatie van de winstbewijzenconstructie was pleitbaar.
Verder stelde het hof vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van het geschil met circa drie jaar was overschreden, zonder bijzondere omstandigheden die dit rechtvaardigden. Daarom werd de Staat veroordeeld tot een vergoeding van € 3.000 immateriële schade. Ook werden proceskosten en griffierecht aan belanghebbende vergoed. De navorderingsaanslag werd vernietigd en het beroep gegrond verklaard.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt vernietigd en de Staat veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn.