ECLI:NL:HR:2012:BY6916
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting wegens nieuw feit en kwade trouw
Belanghebbende, een BV actief in coatings en chemicaliën, kreeg navorderingsaanslagen opgelegd over de jaren 2002-2005 inzake vennootschapsbelasting. Deze aanslagen betroffen betalingen aan een licentiehouder in Liechtenstein. De Inspecteur stelde dat de licentieovereenkomsten kunstmatig waren en dienden om winst weg te sluizen naar het buitenland.
De Rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar het Hof vernietigde de aanslagen wegens het ontbreken van een nieuw feit als bedoeld in artikel 16 lid 1 AWR Pro en het ontbreken van kwade trouw bij belanghebbende. Het Hof vond dat de Inspecteur onvoldoende onderzoek had verricht en dat belanghebbende mocht vertrouwen op eerdere controles.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen nieuw feit was en dat de Inspecteur onvoldoende onderzoek had gedaan. Ook is het oordeel dat belanghebbende niet te kwader trouw was niet voldoende gemotiveerd, mede gezien verklaringen van een stroman. Het beroep van de Staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.
De Hoge Raad benadrukt dat de Inspecteur bij twijfel over de juistheid van aangiftegegevens verplicht is nader onderzoek te doen en dat het vertrouwen van belanghebbende niet kan worden ingeroepen indien zij opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt. Er worden geen proceskosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.