ECLI:NL:HR:2012:BY0567
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- E.N. Punt
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Berekening BPM bij registratie gebruikte personenauto en gevolgen tariefverlaging
Belanghebbende kocht in Duitsland een gebruikte personenauto die op 25 november 2009 voor het eerst in gebruik was genomen. Bij registratie in Nederland in 2010 deed hij aangifte BPM en betaalde het bedrag. Hij maakte bezwaar tegen het bedrag en verzocht om teruggaaf, welke door de inspecteur werd afgewezen.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep gegrond en stelde de teruggaaf vast op € 2406. Het hof vernietigde dit voor zover het de teruggaaf betrof en stelde deze vast op € 1768. Belanghebbende stelde hiertegen cassatie in.
De Hoge Raad oordeelde dat voor de berekening van de BPM bij een gebruikte auto het tarief geldt dat gold in het jaar van registratie (2010) en dat het afschrijvingspercentage moet worden berekend op basis van de aankoopprijs in nieuwe staat inclusief BPM bij eerste ingebruikname. Het hof had ten onrechte het tarief van 2009 toegepast. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat BPM bij registratie van een gebruikte auto berekend moet worden op basis van het tarief van het registratietijdstip en vernietigt het hofarrest.