ECLI:NL:HR:2012:BX5789
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toetsing en grenzen rechterlijke beoordeling bij gedwongen opname psychiatrisch ziekenhuis
In deze zaak ging het om de vraag of de rechtbank terecht had geoordeeld dat aan een van de gronden voor gedwongen opname in een psychiatrisch ziekenhuis was voldaan, nadat de geneesheer-directeur een voorwaardelijke machtiging had omgezet in een voorlopige machtiging. De rechtbank had ex nunc beoordeeld of de voorwaarden voor vrijheidsbeneming volgens artikel 14d lid 1 Wet Bopz waren vervuld, mede op basis van verklaringen van de behandelend psychiater dat betrokkene zich niet aan de voorwaarden hield.
De Hoge Raad overwoog dat de rechter inderdaad ex nunc moet toetsen of de gronden voor vrijheidsbeneming aanwezig zijn, maar dat deze toetsing niet zover mag gaan dat de rechter buiten de grenzen van het geding treedt. In dit geval had de rechtbank ook beoordeeld of de voorwaarden van het voorwaardelijk ontslag waren overtreden, terwijl het geding zich richtte op de rechtmatigheid van de vrijheidsbeneming op basis van de voorlopige machtiging.
De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van de rechtbank Utrecht en verwees de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing binnen de juiste grenzen van het geding. Hiermee werd bevestigd dat de rechter geen oordeel mag geven over aspecten die niet in het besluit van de geneesheer-directeur zijn genomen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling binnen de grenzen van het geding.