Conclusie
1.Feiten en procesverloop
ex nuncvereist, dat wil zeggen: naar de omstandigheden ten tijde van de zitting (rov. 4.1). Uit de mededelingen van de geneesheer-directeur en de behandelend psychiater blijkt dat indien betrokkene weer naar huis zou gaan, het gevaar zich onverkort zal voordoen. Het gevaar kan volgens de rechtbank ook niet worden afgewend door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis (rov. 4.3).
2.Bespreking van het cassatiemiddel
doordat de rechter of de officier van justitie een der bepalingen, vervat in hoofdstuk II Wet Bopz of in art. 49 Wet Pro Bopz niet in acht heeft genomen, kent de rechter deze, op verzoek van betrokkene, een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding toe ten laste van de Staat;
op de grond dat de beslissing waartegen de klacht is gericht, onrechtmatig is.
ex nuncvan de beslissing tot opneming in het psychiatrisch ziekenhuis in de weg staat aan een beoordeling van het verzoek om schadevergoeding, is de rechtbank volgens de klacht uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting: het verzoek om schadevergoeding zag juist op de omstandigheden
ten tijde van de beslissing van de geneesheer-directeur. De subsidiaire motiveringsklacht houdt in dat de rechtbank de onderbouwing van het schadevergoedingsverzoek in de pleitnota (samengevat in de stellingen die in het cassatierekest onder 19, a – f, worden genoemd) niet kenbaar in haar overwegingen heeft betrokken (cassatierekest onder 2.2). Indien de rechtbank van oordeel is dat deze onderbouwing niet relevant was voor de beslissing, heeft de rechtbank onvoldoende oog ervoor gehad dat de geneesheer-directeur, als bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, zijn beslissing zorgvuldig had behoren voor te bereiden (cassatierekest onder 2.3 en 2.4).
mutatis mutandis, hetzelfde als in alinea 2.5 hiervoor. Betrokkene wenste een schadevergoeding ten laste van de rechtspersoon die het psychiatrisch ziekenhuis in stand houdt ter zake van de (volgens haar: onrechtmatige) beslissing van de geneesheer-directeur d.d. 16 augustus 2016 tot opneming van betrokkene in het ziekenhuis. De verzochte schadevergoeding ten laste van de instelling kon niet worden toegekend
in het kader van een procedure bedoeld in art. 14e Wet Bopz. Betrokkene was daarvoor aangewezen op een gewone vorderingsprocedure bij de burgerlijke rechter. Omdat een beroep als bedoeld in hoofdstuk 8 Awb niet openstond voor betrokkene, kon zij ook geen gebruik maken van de mogelijkheid om via art. 8:91 Awb Pro schadevergoeding te verzoeken in een bestuursrechtelijke beroepsprocedure. Daarom kwam de rechtbank niet toe aan de inhoudelijke argumenten waarmee de advocaat van betrokkene deze schadeclaim in de pleitnota had onderbouwd. Zowel de rechtsklacht als de subsidiaire motiveringsklacht stuiten hierop af. De slotsom is dat onderdeel B niet tot cassatie leidt.
Conclusie