ECLI:NL:HR:2012:BU5602
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Doorbreking rechtsmiddelenverbod en toepasselijkheid huurrecht bedrijfsruimte bij aanhorigheid
De zaak betreft een geschil over de toepasselijkheid van het huurrecht voor bedrijfsruimte (afdeling 7.4.6 BW) op een gehuurd pand dat naast een door de huurder geëxploiteerde bouwmarkt ligt. De vraag was of het gehuurde als onroerende aanhorigheid in de zin van art. 7:290 lid 3 BW Pro kan worden aangemerkt, waardoor het beschermingsregime voor bedrijfsruimtehuur van toepassing zou zijn.
Het hof oordeelde dat het gehuurde pand niet als bedrijfsruimte in de zin van art. 7:290 lid 2 BW Pro kon worden gekwalificeerd en dat het feit dat de huurder eigenaar is van het naastgelegen pand uitsloot dat sprake was van aanhorigheid. De Hoge Raad stelt echter dat het enkele feit dat de huurder eigenaar is van het andere pand niet aan toepassing van art. 7:290 lid 3 BW Pro in de weg staat. Cruciaal is of de verhuurder ermee heeft ingestemd dat het gehuurde als aanhorigheid wordt gebruikt.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam om deze instemming te beoordelen. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor beoordeling van instemming verhuurder met gebruik gehuurde als aanhorigheid.