ECLI:NL:HR:2012:BU4909
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Toerekening schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid tussen moeder- en dochtermaatschappij in bewaarplicht vrachtbrieven
In deze zaak staat centraal of Exel, als moedermaatschappij van dochtermaatschappij EFM, gehouden is tot het ter beschikking stellen van CMR-vrachtbrieven die betrekking hebben op intracommunautaire transacties van Amdahl, waarvoor Exel rechtsopvolger is van Dutch Air. Fujitsu, rechtsopvolger van Amdahl, vordert betaling van € 2.200.000,-- wegens tekortschieten in deze bewaarplicht.
De rechtbank wees de vordering af omdat FTSI (rechtsopvolger van Amdahl) het verzoek om vrachtbrieven niet aan haar contractuele wederpartij Exel, maar aan EFM had gericht. Het hof bekrachtigde dit oordeel en stelde dat EFM niet gemachtigd was Exel te vertegenwoordigen en dat de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid niet aan Exel kon worden toegerekend zonder gedragingen van Exel zelf.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en oordeelt dat toerekening van schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid ook kan plaatsvinden zonder gedragingen van de moedermaatschappij, wanneer de schijn voortkomt uit feiten en omstandigheden die voor risico van de moedermaatschappij komen. Het beroep van Fujitsu op de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid is ten onrechte onbehandeld gelaten door het hof. De zaak wordt terugverwezen voor verdere beoordeling van de toerekening.
De Hoge Raad veroordeelt Exel in de kosten van het cassatiegeding en benadrukt dat de toerekening van schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid een ruimere grondslag kent dan het hof aannam.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere beoordeling van de toerekening van schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid.