ECLI:NL:PHR:2012:BU4909
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering wegens ontbreken volmacht en toerekening in bewaarplicht CMR-vrachtbrieven
Fujitsu Technology Solutions International B.V. (FTSI BV) was rechtsopvolger van Amdahl Nederland B.V. en had een overeenkomst met Dutch Air B.V. voor opslag en vervoer van goederen. Dutch Air werd opgevolgd door Exel Group Holdings (Exel), met dochter Exel Freight Management (EFM). FTSI BV vorderde schadevergoeding van Exel wegens het niet beschikbaar stellen van CMR-vrachtbrieven die nodig waren voor belastingaangifte.
De rechtbank en het gerechtshof wezen de vordering af, stellende dat FTSI BV haar verzoeken niet aan Exel had gericht maar aan EFM, die niet bevoegd was Exel te vertegenwoordigen. Fujitsu stelde dat Exel door gedragingen en nalatigheden de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid had gewekt, en dat kennis van EFM aan Exel moest worden toegerekend. De Hoge Raad bevestigt dat toerekening van kennis en gedragingen terughoudend moet worden toegepast en dat onvoldoende is gesteld dat Exel zelf heeft bijgedragen aan de schijn van bevoegdheid of op de hoogte was van de verzoeken.
Ook het beroep op redelijkheid en billijkheid faalt, omdat dit niet los van het pseudovolmachtverweer is onderbouwd en het hof de belangenafweging juist heeft gemaakt. De Hoge Raad oordeelt dat het kwijtraken van de vrachtbrieven binnen de bewaartermijn geen schadevergoeding rechtvaardigt zonder tijdige verzoeken. Het beroep wordt verworpen, waarmee de eerdere uitspraken van rechtbank en hof in stand blijven.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Fujitsu wordt verworpen en de vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen.