ECLI:NL:HR:2011:BP2132
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing in geschil over waardering onroerende zaken en hoorplicht
Belanghebbende is geconfronteerd met waardebeschikkingen en aanslagen onroerendezaakbelasting voor twee onroerende zaken in Rotterdam over 2006. Na bezwaar handhaafde de heffingsambtenaar deze beschikkingen, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank, die het bezwaar gegrond verklaarde en de beschikkingen vernietigde. Het hof vernietigde vervolgens de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug, omdat belanghebbende niet was gehoord in de bezwaarfase.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte de zaak terugwees zonder de overige geschilpunten te beoordelen, terwijl belanghebbende geen terugwijzing naar het bestuursorgaan wenste. De Hoge Raad stelt dat het hof de zaak definitief had kunnen afdoen als de overige klachten ongegrond waren. Verder verduidelijkt de Hoge Raad dat bij waardering van een samenstel van onroerende zaken geen waarderingsmix mag worden toegepast, maar dat de waarde van het gehele object als één geheel moet worden vastgesteld.
De Hoge Raad verwijst de zaak terug naar het hof voor volledige behandeling en beslissing, met inachtneming van deze richtlijnen. Tevens wordt aangegeven dat de rechter in belastingzaken zelf het juiste bedrag kan vaststellen, tenzij onvoldoende gegevens beschikbaar zijn, waarna terugwijzing naar het bestuursorgaan mogelijk is. De Hoge Raad wijst proceskosten af.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor volledige behandeling met inachtneming van de hoorplicht en waarderingsregels.