ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5574
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaam gescheiden leven en weigering ongehuwdenpensioen AOW
Appellanten, gehuwd sinds 1968, vroegen herziening van hun ouderdomspensioen naar een ongehuwdenpensioen omdat zij vanaf 1 juli 2010 duurzaam gescheiden zouden leven. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af op basis van hun gezamenlijke financiële huishouding en activiteiten. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat appellanten weliswaar op afzonderlijke adressen wonen en ieder een sleutel van elkaars woning hebben, maar hun financiële huishouding niet gescheiden is en zij gezamenlijke activiteiten ondernemen, zoals zorg voor hun zieke dochter en gezamenlijke bezoeken aan familie. Dit wijst niet op duurzaam gescheiden leven zoals bedoeld in de AOW.
Appellanten voerden daarnaast aan dat zij ongelijk behandeld worden ten opzichte van ongehuwde pensioengerechtigden, wat zij als discriminatie bestempelen. De Raad oordeelde dat het onderscheid tussen gehuwden en ongehuwden objectief en redelijk gerechtvaardigd is vanwege de afdwingbare zorgverplichting tussen echtgenoten volgens het Burgerlijk Wetboek.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om ongehuwdenpensioen wordt geweigerd omdat appellanten niet duurzaam gescheiden leven.