ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2156
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaam gescheiden leven voor toekenning ouderdomspensioen
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) en stelde dat hij duurzaam gescheiden leeft van zijn echtgenote. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit af en kende hem het ouderdomspensioen toe voor gehuwden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
In hoger beroep stelde appellant dat hij en zijn echtgenote ieder een eigen leven leiden en dat er sprake is van ongelijke behandeling op grond van artikel 14 EVRM Pro. De Raad toetste of appellant duurzaam gescheiden leeft zoals bedoeld in de AOW en concludeerde dat dit niet het geval is. Ondanks dat zij op verschillende adressen wonen, verblijven zij vrijwel elk weekend samen, zien elkaar regelmatig en gaan gezamenlijk op vakantie.
De Raad oordeelde dat het onderscheid tussen gehuwden en ongehuwden niet onrechtmatig is en dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft. Ook werd geoordeeld dat er geen sprake is van discriminatie op grond van godsdienst. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en appellant wordt het ouderdomspensioen toegekend als gehuwde.