ECLI:NL:HR:2010:BL1976
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Lourens
- A.R. Leemreis
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing tonnageregeling voor winst uit zeescheepvaart met cruiseschip
Belanghebbende exploiteert het cruiseschip 'F' dat wordt ingezet voor cruises waarbij passagiers naar verschillende bestemmingen worden vervoerd. De Inspecteur wees een verzoek af om de winst uit zeescheepvaart te bepalen volgens de tonnageregeling van artikel 3.22 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Zowel de Rechtbank Haarlem als het Gerechtshof Amsterdam behandelden het geschil, waarbij het Hof het beroep van belanghebbende gegrond verklaarde en de beschikking van de Inspecteur vernietigde.
Het Hof oordeelde dat het schip 'F' wordt gebruikt voor het vervoer van personen en niet voor pleziervaart, mede omdat het bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd en de cruises trajecten van haven naar haven betreffen. Ook stelde het Hof vast dat de charterovereenkomst meer inhoudt dan alleen verhuur van het schip, waardoor sprake is van personenvervoer in de zin van het Burgerlijk Wetboek en het OESO-modelverdrag.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof en verwierp de middelen van de Staatssecretaris. De Raad benadrukte dat het aangenaam verblijf aan boord geen afbreuk doet aan het karakter van personenvervoer. Tevens werd vastgesteld dat het verzoek tot toepassing van de tonnageregeling tijdig was gedaan. De Minister van Financiën werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het Hof bevestigd dat de tonnageregeling van toepassing is op de winst uit exploitatie van het schip 'F'.