ECLI:NL:PHR:2010:BL1976
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toepassing tonnageregime en kwalificatie pleziervaartuig bij exploitatie cruiseschip
De zaak betreft het verzoek van X1 Holding B.V. tot toepassing van het tonnageregime voor de winst uit zeescheepvaart met betrekking tot het cruiseschip F, dat in 2005 in de vaart werd genomen. De Inspecteur wees het verzoek af, waarna de Rechtbank het beroep ongegrond verklaarde. Het Hof stelde belanghebbende in het gelijk en wees het verzoek toe, maar de staatssecretaris stelde cassatie in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil is of het schip F bestemd is voor het vervoer van personen in het internationale verkeer over zee dan wel voor pleziervaart, en of het verzoek tot toepassing van het tonnageregime tijdig is gedaan. Het Hof oordeelde dat F geen pleziervaartuig is, omdat het niet bestemd is voor genoegen van de eigenaar maar voor commerciële exploitatie. De Hoge Raad stelt dat het Hof een onjuiste rechtsopvatting hanteerde door het oogmerk van de eigenaar te betrekken bij de kwalificatie pleziervaartuig, terwijl dit objectief aan de hand van bouw en inrichting moet worden beoordeeld.
Verder benadrukt de Hoge Raad dat de exploitatie van een schip voor het tonnageregime moet worden beoordeeld aan de hand van het beheer en eigendom, en dat werkzaamheden in de bouwfase niet tot exploitatie worden gerekend. Ook moet worden onderzocht of het verzoek tijdig is ingediend, waarbij het jaar van daadwerkelijke ingebruikneming van het schip leidend is. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond en verwijst de zaak voor hernieuwde beoordeling terug naar een ander gerechtshof, dat ook de vraag van het gelijkheidsbeginsel en de exploitatie van een eerder schip (K) moet behandelen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard en de zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor hernieuwde beoordeling van de toepassing van het tonnageregime en de kwalificatie van het schip.