ECLI:NL:HR:2010:BJ8465
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslagen bij buitenlandse bankrekening en toetsing aan vrijheid van kapitaalverkeer
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd voor de jaren 1992 en 1993 met een verhoging van 100%, vanwege een in Zwitserland aangehouden bankrekening. Na vernietiging door de rechtbank en herstel door het hof, stelde belanghebbende beroep in cassatie in.
De Hoge Raad overwoog dat de navorderingstermijn van artikel 16, lid 4, AWR niet strijdig is met artikel 56 EG Pro over vrijheid van kapitaalverkeer, mede gelet op het arrest van het Hof van Justitie van 11 juni 2009. De Hoge Raad formuleerde regels over de redelijke termijn voor het verkrijgen van informatie over buitenlandse tegoeden en het opleggen van aanslagen.
Het middel dat de navorderingstermijn in strijd zou zijn met het EG-Verdrag faalde, mede omdat niet was gesteld dat de vijfjaarstermijn van artikel 16, lid 3, AWR verder dan noodzakelijk was overschreden. De overige middelen werden eveneens verworpen. De redelijke termijn van berechting werd niet overschreden vanwege de prejudiciële procedure.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees geen proceskosten toe.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen blijven in stand.