ECLI:NL:GHAMS:2012:BV6317
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- O.B. Onnes
- J.P.A. Boersma
- P.F. Goes
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over navorderingsaanslag vermogensbelasting en boete wegens niet opgegeven buitenlandse bankrekening
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of de navorderingsaanslag vermogensbelasting 1998, inclusief een boete van 50%, terecht is opgelegd aan belanghebbende wegens het niet aangeven van inkomsten en vermogen op buitenlandse bankrekeningen. De inspecteur legde de aanslag op na onderzoek binnen het kader van het landelijke Rekeningenproject.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag en boete, waarna de rechtbank de boete matigde met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het Hof bevestigt dat de navorderingsaanslag terecht is opgelegd binnen de wettelijke termijnen en dat de boete op grond van opzet passend is. Wel acht het Hof een verdere matiging tot 40% van de boete op zijn plaats vanwege een overschrijding van de redelijke termijn in de beroepsfase.
Het Hof overweegt uitgebreid de bewijsvoering, waarbij het bewijs rust op gegevens over het saldo van de buitenlandse rekening op een bepaald moment en het ontbreken van aangifte. De inspecteur heeft niet onrechtmatig gehandeld en de procedure is complex door de omvang van het Rekeningenproject. Het Hof wijst ook op het recht op een schadevergoeding wegens de overschrijding van de redelijke termijn en heropent het onderzoek hierover.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt bevestigd, de boete verminderd tot 40% wegens overschrijding redelijke termijn, en het onderzoek naar schadevergoeding wordt heropend.