ECLI:NL:GHAMS:2011:BU3090
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vernietigt boetebeschikkingen wegens ontbreken grove schuld belastingplichtige
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een vennootschap, kreeg naheffingsaanslagen en boetes opgelegd wegens het niet voldoen van omzetbelasting over 2003 en 2004. De inspecteur stelde dat belanghebbende opzettelijk of door grove schuld de belasting niet had voldaan, ondanks het factureren met omzetbelasting.
De rechtbank had dit standpunt gevolgd en de boetes gehandhaafd, stellende dat belanghebbende willens en wetens het risico had aanvaard dat te weinig belasting werd voldaan. In hoger beroep stelde belanghebbende dat hij geen fiscale kennis had en volledig vertrouwde op zijn gemachtigde die de facturen en aangiften verzorgde.
Het Hof oordeelde dat het vertrouwen in een deskundige gemachtigde de belastingplichtige vrijwaart van opzet of grove schuld, tenzij er sprake is van ernstige nalatigheid bij de keuze of samenwerking met die gemachtigde. De inspecteur had onvoldoende bewijs geleverd dat belanghebbende zelf opzet of grove schuld had. Daarom vernietigde het Hof de boetebeschikkingen en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten.
Deze uitspraak bevestigt dat belastingplichtigen die zich deskundig laten bijstaan niet zonder meer aansprakelijk zijn voor fouten van hun adviseurs, mits zij zorgvuldig zijn in de keuze en samenwerking met die adviseur.
Uitkomst: Het Gerechtshof vernietigt de boetebeschikkingen wegens het ontbreken van opzet of grove schuld bij de belastingplichtige.