ECLI:NL:HR:2011:BS1708
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie tegen niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie
Op 27 september 2011 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep behandeld van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem van 30 september 2009. Het hof had het beroep van de verdachte op niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie verworpen.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaarde. De Hoge Raad oordeelde dat het motiveringsvoorschrift van artikel 359, tweede lid, tweede volzin, Strafvordering niet van toepassing is op verweren als bedoeld in artikel 358, derde lid, Strafvordering. Voor deze verweren geldt het motiveringsvoorschrift van de eerste volzin van artikel 359 Strafvordering Pro.
De Hoge Raad verwierp het middel dat klaagde over de motivering en oordeelde dat de overige middelen geen aanleiding gaven tot cassatie. Het arrest werd gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst en raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan en uitgesproken op 27 september 2011.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.