ECLI:NL:HR:2011:BS1708

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04237
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 359.2 SvArt. 358.3 SvArt. 81 RO
Verwijzingen
7 uitgaand · 14 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie tegen niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie

Op 27 september 2011 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep behandeld van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem van 30 september 2009. Het hof had het beroep van de verdachte op niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie verworpen.

De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaarde. De Hoge Raad oordeelde dat het motiveringsvoorschrift van artikel 359, tweede lid, tweede volzin, Strafvordering niet van toepassing is op verweren als bedoeld in artikel 358, derde lid, Strafvordering. Voor deze verweren geldt het motiveringsvoorschrift van de eerste volzin van artikel 359 Strafvordering Pro.

De Hoge Raad verwierp het middel dat klaagde over de motivering en oordeelde dat de overige middelen geen aanleiding gaven tot cassatie. Het arrest werd gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst en raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan en uitgesproken op 27 september 2011.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

Uitspraak

27 september 2011
Strafkamer
nr. 09/04237
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 30 september 2009, nummer 21/003839-06, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.D. Kloosterman, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het eerste middel
2.1. Het middel keert zich tegen de verwerping door het Hof van het beroep op de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging.
2.2. Voor zover het middel klaagt dat 's Hofs motivering niet voldoet aan het in art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv gegeven motiveringsvoorschrift ten aanzien van uitdrukkelijk onderbouwde standpunten, miskent het dat het hier een verweer betreft waarop ingevolge art. 358, derde lid, Sv bepaaldelijk moet worden beslist. Voor die beslissing geldt het motiveringsvoorschrift van de eerste volzin van eerstgenoemde bepaling (vgl. HR 29 april 2008, LJN BB8977, NJ 2009/130, rov. 6.3).
2.3. In zoverre faalt het middel.
3. Beoordeling van de middelen voor het overige
De middelen kunnen ook voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 27 september 2011.