ECLI:NL:HR:1998:AA9342
Hoge Raad
- Cassatie
- Haak
- Davids
- Koster
- Corstens
- Aaftink
- Rechtspraak.nl
Strafrechtelijke aansprakelijkheid van decentrale overheden bij bestuursmatige handelingen
In deze zaak stond centraal of de gemeente Boarnsterhim strafrechtelijk vervolgd kon worden voor het zonder vergunning storten van verontreinigde baggerspecie in het Pikmeer, en of de verdachte als hoofd van de afdeling nieuwe werken strafrechtelijk aansprakelijk kon worden gesteld voor feitelijke leiding aan deze verboden gedraging.
De Rechtbank en het Hof hadden de verdachte veroordeeld voor het feitelijk leidinggeven aan de verboden handelingen van de gemeente. De verdachte stelde in cassatie dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de gemeente als openbaar lichaam strafrechtelijke immuniteit geniet wanneer zij handelt ter uitvoering van een wettelijke bestuurstaak.
De Hoge Raad bevestigde dat een openbaar lichaam als de gemeente strafrechtelijk niet kan worden vervolgd voor gedragingen die zij verricht ter behartiging van een aan haar opgedragen bestuurstaak. Dit betekent dat ook ambtenaren die in die hoedanigheid feitelijke leiding geven aan dergelijke gedragingen niet strafrechtelijk vervolgd kunnen worden. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte voor het primair ten laste gelegde.
De Hoge Raad gaf tevens een uitgebreide beschouwing over de strafrechtelijke aansprakelijkheid van decentrale overheden, waarbij werd benadrukt dat de immuniteit slechts geldt voor gedragingen die naar hun aard en wettelijke stelsel uitsluitend door bestuursfunctionarissen kunnen worden verricht. Daarnaast kan de rechter rechtvaardigingsgronden toepassen om strafvervolging te voorkomen. De zaak werd terugverwezen voor verdere behandeling van het subsidiaire ten laste gelegde.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte voor het primair ten laste gelegde wegens strafrechtelijke immuniteit van de gemeente.