ECLI:NL:HR:2006:AZ3355
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad heroverweegt toerekening opzet adviseur bij fiscale vergrijpboete
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1999 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een daarbij behorende vergrijpboete. Na bezwaar handhaafde de inspecteur de boete, maar het Hof verklaarde het beroep gegrond en verminderde de boete. Belanghebbende stelde vervolgens cassatie in tegen het hofarrest. De Hoge Raad overwoog dat het arrest BNB 1988/270, waarin werd bepaald dat opzet of grove schuld van een adviseur aan de belastingplichtige kon worden toegerekend, niet langer geldt.
De Hoge Raad stelde dat opzet of grove schuld van een adviseur niet aan de belastingplichtige kan worden toegerekend, om te voorkomen dat dit in strijd komt met artikel 6 EVRM Pro dat de onschuldpresumptie beschermt. De belastingplichtige kan wel worden aangesproken op eigen opzet of grove schuld, maar het enkele feit dat een adviseur fouten maakte, rechtvaardigt geen vermoeden van schuld bij de belastingplichtige.
Het arrest vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof met de opdracht rekening te houden met deze overwegingen. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn in de cassatieprocedure was overschreden, en werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofarrest en verwijst zaak terug vanwege onjuiste toerekening van opzet adviseur aan belastingplichtige.