ECLI:NL:GHAMS:2008:BD2070
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gevolgen opzet bij onjuiste belastingaangifte bij verkoop schip en boetematiging wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende verkocht in 1999 een vissersschip en verwerkte daarbij onjuist de kosten voor ombouw en onderhoud in zijn belastingaangifte. De inspecteur legde boetes op wegens opzettelijk onjuiste aangiften inkomstenbelasting en premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ). Na eerdere vernietiging door de Hoge Raad werd de zaak terugverwezen naar het Hof Amsterdam.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende en zijn broer zich bewust waren van de aanmerkelijke kans dat de aangiften onjuist waren, met name omdat de ombouwkosten van het schip ten onrechte ten laste van hun fiscale resultaat waren gebracht. Diverse verklaringen en stukken, waaronder een side letter en jaarstukken, bevestigden dat de ombouwkosten voor rekening van de koper waren en niet van belanghebbende.
Hoewel belanghebbende stelde onvoldoende kennis te hebben gehad van de onjuistheden, achtte het Hof dit niet aannemelijk. De boetes werden bevestigd maar gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Het Hof veroordeelde de inspecteur tevens tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan belanghebbende.
Uitkomst: Het Hof bevestigt opzet van belanghebbende bij onjuiste aangifte en vermindert de boetes wegens overschrijding van de redelijke termijn.