ECLI:NL:HR:2003:AF0412
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onrechtmatigheid aanslagen omzetbelasting en accijns bij onttrekking aan douaneregeling extern communautair vervoer
Belanghebbende werd door de Inspecteur uitgenodigd tot betaling van invoerrechten, omzetbelasting en accijns over een zending sigaretten die onder extern communautair douanevervoer stond. Het terugzendingsexemplaar bleek voorzien van valse douanestempels en handtekeningen, en de goederen waren verdwenen zonder dat bekend was waar ze zich bevonden.
Het Hof oordeelde dat geen sprake was van invoer in Nederland omdat niet was vastgesteld dat de goederen feitelijk in Nederland aan de douaneregeling waren onttrokken. De Staatssecretaris stelde dat het vermoeden van onttrekking in Nederland gerechtvaardigd was en dat de aanslagen terecht waren opgelegd.
De Hoge Raad bevestigde dat onttrekking aan douanetoezicht als bedoeld in de Wet op de omzetbelasting en Wet op de accijns alleen kan worden vastgesteld als vaststaat dat de eerste onregelmatigheid zich in Nederland heeft voorgedaan. Het Hof had geoordeeld dat de Inspecteur dit niet aannemelijk had gemaakt, een oordeel dat niet onbegrijpelijk was en niet onjuist in de bewijslastverdeling.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de Inspecteur belanghebbende niet schriftelijk had geïnformeerd over het niet-aanbrengen van de zending bij het kantoor van bestemming en de onmogelijkheid om de plaats van de overtreding vast te stellen, zoals vereist was op grond van communautaire regelgeving. Hierdoor was de uitnodiging tot betaling onrechtmatig.
De Hoge Raad verklaarde het beroep van de Staatssecretaris ongegrond en veroordeelde de Staat in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de aanslagen omzetbelasting en accijns worden vernietigd wegens onrechtmatigheid.