ECLI:NL:HR:2003:AF7498
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake vaste vertegenwoordiger bij inkomstenbelasting 1996
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1996 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van 3.600.000 gulden. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd het beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof.
Het Hof had geoordeeld dat onder de naam CC één onderneming werd gedreven en dat belanghebbende beschikte over een vaste vertegenwoordiger in Nederland. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onvoldoende inzicht had gegeven in de criteria en feiten die tot dit oordeel leidden, waardoor niet kon worden vastgesteld of het begrip vaste vertegenwoordiger juist was toegepast.
Verder werd geoordeeld dat het Hof ten onrechte artikel 49 lid 1 AWR Pro had betrokken bij de beoordeling van de beschikbaarstelling van administratie, terwijl dit artikel niet van toepassing is op die verplichting. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.
De Staat werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende. Dit arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 18 april 2003.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.