ECLI:NL:PHR:2003:AN7282
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van beklagprocedure en procesorde bij teruggave geldbeslag
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de Rechtbank Haarlem waarbij het beklag tot teruggave van een geldbedrag van €30.000 aan klager ongegrond is verklaard. Klager stelde dat hem ten onrechte niet de mogelijkheid is geboden te reageren op het standpunt van de officier van justitie, waardoor het onderzoek nietig zou zijn.
De Hoge Raad overweegt dat het recht om het laatst te spreken niet geldt in een raadkamerprocedure zoals bedoeld in art. 552a Sv. Dit volgt uit de wetsgeschiedenis en eerdere jurisprudentie. Wel is het recht om te worden gehoord en om inzage in processtukken van belang, maar dit recht is in de wet geregeld en is niet gelijk aan het recht het laatst te spreken.
In deze zaak is vastgesteld dat klager en zijn raadsman voldoende gelegenheid hebben gehad om hun standpunten kenbaar te maken en stukken over te leggen. Daarom is voldaan aan de eisen van een behoorlijke procesorde in de raadkamerprocedure. Het middel faalt en het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het recht om het laatst te spreken geldt niet in de raadkamerprocedure en het onderzoek is niet nietig.