ECLI:NL:HR:2000:AA8256
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- P.C. Kop
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid heffing afvalstoffenbelasting door Eilandgebied Curaçao
Eiser heeft zich in eerste aanleg gericht tegen de heffing van afvalstoffenbelasting door het Eilandgebied Curaçao, stellende dat de betreffende Eilandsverordening onverbindend is en dat de aanslag onrechtmatig is. Het Gerecht in Eerste Aanleg heeft bij vonnis van 16 februari 1998 geoordeeld dat de aanslag niet verschuldigd is voor de periode vóór 1 november 1996, maar heeft het meer of anders gevorderde afgewezen.
Eiser stelde hoger beroep in bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, dat het vonnis van het Gerecht in Eerste Aanleg bij vonnis van 15 december 1998 bevestigde. Tegen dit vonnis stelde eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiser verworpen, waarbij het middel faalt op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal Langemeijer. Tevens veroordeelde de Hoge Raad eiser in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee blijft de heffing van de afvalstoffenbelasting door het Eilandgebied Curaçao rechtmatig en de aanslag geldig voor de periode na 1 november 1996.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aanslag afvalstoffenbelasting door het Eilandgebied Curaçao blijft rechtmatig.